Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 2

Artikel 8

Draagkracht

Onderdeel van GEMEENTELIJK BESLUIT BIJZONDERE BIJSTAND WWB

1.. Op het (overeenkomstig artikel 7) vastgestelde inkomen wordt in mindering gebracht: de verplichte inhoudingen ten laste van de belanghebbende genoemd in artikel 31 lid 3 van de wet; het normbedrag, dat wil zeggen het totaal van het voor de draagkrachtperiode in aanmerking te nemen van toepassing zijnde bijstandsnorm bedoeld in de paragrafen 3.2 en 3.3 van de wet; blijvende buitengewone uitgaven; 10% van het normbedrag voor zover er inkomen resteert na toepassing van de onderdelen a, b en c van dit lid. 2.. Na toepassing van het bepaalde in lid 1 wordt 50% van het resterende netto inkomen als draagkracht in mindering gebracht op de kosten waar belanghebbende bijzondere bijstand voor heeft aangevraagd. Bij periodieke bijstandsverlening vindt in beginsel de eerste uitbetaling plaats nadat de vastgestelde draagkracht volledig verrekend is met de gemaakte kosten. 3.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt geen toepassing gegeven aan onderdeel d indien de aanvraag betrekking heeft op kosten die feitelijk tot de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan worden gerekend, zoals woonkosten, premie particuliere ziektekostenverzekering, leges alsmede op de periodiek verschuldigde rente- en aflossingsbedragen als gevolg van een aangegane lening als bedoeld in artikel 15 van dit besluit. 4.. In afwijking van lid 2 wordt 100% van het resterende netto inkomen als draagkracht in mindering gebracht op de kosten als bedoeld in lid 3. 5.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder b worden op het (overeenkomstig artikel 7) vastgestelde inkomen van de persoon die een uitkering ontvangt ingevolge de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars in plaats van het in lid 1 onder b genoemde normbedrag de in artikel 10 lid 2 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars genoemde bedragen in mindering gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel