**1..** Met in achtneming van het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet oefent de commissie ter vervulling van haar taak, alle bevoegdheden uit, die bij of krachtens de wet aan het college van burgemeester en wethouders dan wel de raad der gemeente Veendam in hoedanigheid van bevoegd gezag van de openbare scholengemeenschap zijn toegekend, voor zover daar in deze verordening niet van is afgeweken. De commissie is in dat kader voor de scholengemeenschap het bevoegd gezag als bedoeld in de Wet op het Voortgezet Onderwijs en haar uitvoeringsvoorschriften en alle regelingen, die voor de schoolsoorten die in de scholengemeenschap zijn verenigd, van toepassing zijn, met inachtneming van hetgeen is gesteld in deze verordening.
**2..** De uitoefening van bevoegdheden met betrekking tot het aanvragen van nieuwe voorzieningen, het indienen van verzoeken tot omzetting, splitsing en/of verplaatsing, alsmede opheffing van voorzieningen geschiedt alleen met voorafgaande instemming van de raad.
**3..** De commissie is bevoegd tot het geven van betalingsopdrachten binnen het kader van de door de raad vastgestelde onderwijs- c.q. gemeentebegroting.
**4..** De commissie is bevoegd tot het afhandelen van bezwaar- en beroepsprocedures gericht tegen door haar genomen besluiten.
**5..** De commissie is bevoegd te besluiten tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
**6..** De commissie is voorts bevoegd de raad of college gevraagd of ongevraagd te adviseren over alle aangelegenheden in verband met haar taak.
**7..** De taken en bevoegdheden van de centrale directie worden, voor zover zij niet in deze verordening zijn omschreven, nader geregeld in een door de commissie vast te stellen managementstatuut als bedoeld in artikel 32c van de Wet op het Voortgezet Onderwijs.