**1..** Aan de vergunning voor het plaatsen van één of twee speelautomaten worden de volgende voorschriften verbonden:
de vergunning wordt verleend voor de periode van drie jaar.
alleen speelautomaten welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van een vergunning tot het exploiteren van speelautomaten overeenkomstig het bepaalde in artikel 30h, eerste lid van de Wet, mogen worden opgesteld;
aanwijzingen of bevelen gegeven door ambtenaren van de politie en door medewerkers van de door de minister van Economische Zaken krachtens artikel 30o, vijfde lid van de Wet aangewezen instelling, dienen steeds stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd;
indien de vergunninghouder voortijdig de exploitatie beëindigt, komt de vergunning van rechtswege te vervallen;
bij overtreding van de voorschriften of wettelijke bepalingen kan onmiddellijk tot intrekking van de vergunning worden overgegaan;
de vergunning dient in de inrichting aanwezig te zijn en desgevraagd te worden getoond.
**2..** In aanvulling op het eerste lid worden aan de vergunning tot het plaatsen van één of meer kansspelautomaten de volgende voorschriften verbonden:
het bespelen of laten bespelen van kansspelautomaten is verboden voor personen onder de 18 jaar;
een kansspelautomaat moet zodanig geplaatst worden dat hij niet vanaf de openbare weg te zien is;
een kansspelautomaat moet in de inrichting duidelijk zichtbaar voor het leidinggevende personeel, als bedoeld in artikel 30d, vierde lid, onder a van de Wet worden geplaatst;
iedere wijze van het maken van reclame - al dan niet gericht tot de werving van de speler - is verboden.
**3..** In aanvulling op het eerste lid wordt aan de vergunning tot het plaatsen van één of meer behendigheidsautomaten het volgende voorschrift verbonden. Bij behendigheidsautomaten is het de vergunninghouder verboden om tot (on)middellijke uitkering over te gaan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3.17
Vergunningvoorschriften en beperkingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg 2003 (8e wijziging)