1. 1. Bij de bepaling van de kosten van kinderopvang wordt uitgegaan van de maximale uurprijs, zoals bedoeld in artikel 7, lid 4 van de wet.
  2. 2. De tegemoetkoming bedraagt maximaal een derde deel van de kosten, zoals bedoeld in het vorige lid.
  3. 3. De gemeenteraad stelt jaarlijks bij vaststelling van de begroting een subsidieplafond vast.