**1..** Burgemeester en wethouders beslissen binnen drie weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen negen weken na ontvangst van de ontvankelijke aanvraag, op de aanvraag van de vergunning.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde termijn van negen weken met ten hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan in kennis stellen binnen de in het eerste lid genoemde termijn van negen weken.
**3..** Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het eerste of tweede lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.
**4..** De monumentenvergunning blijft buiten werking indien er nog geen bouwvergunning is verleend voor die werkzaamheden waavoor de monumentenvergunning is verleend.
**5..** Burgemeester en wethouders geven met betrekking tot een beschermd kerkelijk monument geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 9, tweede lid, dan met goedkeuring van de eigenaar, indien en voor zover het een beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.
**6..** Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij op voorgeschreven wijze kenbaar is gemaakt of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist.
**7..** Burgemeester en wethouders maken de vergunningaanvraag en verlening op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 12
Beslissing van burgemeester en wethouders op de aanvraag
Onderdeel van Monumentenverordening Leidschendam-Voorburg 2004