Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 13

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening Leidschendam-Voorburg 2004

De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het ongewijzigd blijven van het monument zwaarder dient te wegen; de vergunninghouder schriftelijk een verzoek tot intrekking indient; niet binnen 1 jaar na inwerkingtreding van de vergunning gebruik wordt gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel