**1..** Het college kan met inachtneming van artikel 9 tweede lid van de WWB, onderscheidenlijk artikel 37a van de IOAW en de IOAZ bepalen dat aan belanghebbende tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de in artikel 7, eerste en tweede lid van deze verordening genoemde verplichtingen. In het onder artikel 4 van deze verordening genoemde beleidsplan en in door het college nader vast te stellen beleidsregels, zullen hiertoe bepalingen worden opgenomen. Ontheffing kan plaatsvinden onder meer:
indien de combinatie van zorg en arbeid of de combinatie van zorg en een voorziening niet mogelijk is voor alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 5 jaar en/of kinderen in het basisonderwijs.
indien belanghebbende om psychische redenen dan wel medische redenen niet in staat is om te werken;
indien belanghebbende ouder is dan 57 ½ jaar en de afstand tot de arbeidsmarkt dermate groot is dat het opleggen van de arbeidsverplichtingen niet reëel is;
indien belanghebbende vanwege sociale omstandigheden niet in staat is om te werken.
**2..** Ontheffing van de arbeidsverplichtingen wordt slechts voor een door het college vast te stellen periode verleend.
**3..** Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.
Hoofdstuk 4
Artikel 8
Ontheffing arbeidsverplichtingen
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2005