De leden en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of vanaf de daartoe aangewezen spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats spreken.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 20
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad