Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem/haar verkregen te hebben.
De voorzitter verleent bij de beraadslagingen in eerste instantie het woord aan woordvoerders van de fractie, die overeenkomstig artikel 16 bij lot is aangewezen. Vervolgens komen in “klokrichting” aan de beurt woordvoerders van elke volgende fractie.
Bij de beraadslagingen in tweede instantie krijgen desgevraagd in dezelfde volgorde eerst degenen het woord, die in eerste instantie hebben gesproken. Daarna verleent de voorzitter in de volgens lid 2 bepaalde volgorde andere woordvoerders het woord.
Van vermelde volgorde kan worden afgeweken indien een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit of om een voorstel van orde in te dienen. De voorzitter verleent het woord over een persoonlijk feit niet, dan nadat een voorlopige aanduiding van dat feit door het lid is gegeven. In geval van twijfel of een persoonlijk feit aanwezig is, raadpleegt de voorzitter de raad, die zonder voorafgaande bespreking beslist.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 21
Volgorde sprekers
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad