De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen.
Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op:
de voorzitter;
het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel, voor zover de voorzitter dat nodig oordeelt.
Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 22
Spreektermijnen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad