Naar hoofdinhoud

Artikel 3

- Verstrekkingen

Onderdeel van Verordening Persoonsgebonden Budget Wsw

1.. Het college verstrekt op aanvraag ten behoeve van een begeleid werkenplaats een persoonsgebonden budget aan iedere geïndiceerde, die krachtens de wet recht heeft op een persoonsgebonden budget, en een werkgever en een begeleidingsorganisatie aandraagt, die voldoen aan de in artikel 4 genoemde voorwaarden en vereisten. 2.. De hoogte van het op jaarbasis totaal te verstrekken bedrag van het persoonsgebonden budget bedraagt niet meer dan het bedrag bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder b, van de wet. 3.. Het persoonsgebonden budget kan bestaan uit loonkostensubsidie aan de werkgever, een vergoeding van de kosten van de begeleiding aan de begeleidingsorganisatie, een vergoeding voor aanpassingen aan de werkplek en een vergoeding als bedoeld in het vierde lid. 4.. Het college kan op aanvraag éénmalig een vergoeding verstrekken voor de inschakeling van een begeleidingsorganisatie bij het vinden van een werkgever, wanneer en nadat ook daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst is getekend, tot een maximum van 10% van de overeengekomen loonkostensubsidie op jaarbasis. 5.. De ingangsdatum van de verstrekkingen wordt gesteld op de ingangsdatum van het dienstverband, doch niet eerder dan de datum van de aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel