**1..** Het college verstrekt op aanvraag ten behoeve van een begeleid
werkenplaats een persoonsgebonden budget aan iedere geïndiceerde,
die
krachtens de wet recht heeft op een persoonsgebonden budget,
en
een werkgever en een begeleidingsorganisatie aandraagt, die
voldoen aan de in artikel 4 genoemde voorwaarden en
vereisten.
**2..** De hoogte van het op jaarbasis totaal te verstrekken bedrag van het
persoonsgebonden budget bedraagt niet meer dan het bedrag bedoeld in
artikel 7, tweede lid, onder b, van de wet.
**3..** Het persoonsgebonden budget kan bestaan uit loonkostensubsidie aan de
werkgever, een vergoeding van de kosten van de begeleiding aan de
begeleidingsorganisatie, een vergoeding voor aanpassingen aan de
werkplek en een vergoeding als bedoeld in het vierde lid.
**4..** Het college kan op aanvraag éénmalig een vergoeding verstrekken voor de
inschakeling van een begeleidingsorganisatie bij het vinden van een
werkgever, wanneer en nadat ook daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst is
getekend, tot een maximum van 10% van de overeengekomen
loonkostensubsidie op jaarbasis.
**5..** De ingangsdatum van de verstrekkingen wordt gesteld op de ingangsdatum
van het dienstverband, doch niet eerder dan de datum van de
aanvraag.