Het college verleent de vergunning als naar hun oordeel het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad.
Indien het college heeft vastgesteld dat het belang van aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad, maar dat het belang door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend, kunnen zij de gevraagde vergunning verlenen indien de vergunningaanvrager voldoende compensatie als bedoeld in artikel 22, lid 4 of lid 5 biedt en overigens aan de door het college gestelde voorwaarden en voorschriften voldoet.
Een aanvraag voor onttrekking, samenvoegen of omzetten wordt getoetst aan:
de huidige bestemming van de woonruimte;
de behoefte aan de te ontrekken woonruimte;
het volkshuisvestingsbeleid.
Een aanvraag voor een gedeeltelijke onttrekking wordt getoetst aan de verhouding tussen de grootte van de woonruimte en de omvang van het huishouden. Als bij deze vergunning de voorwaarde van tijdelijkheid en zelfbewoning conform artikel 22, lid 2 wordt opgelegd, wordt geen financiële compensatie verlangd. Hiermee wordt het tijdelijke karakter van de onttrekkingsvergunning benadrukt.
5. .
Het college kan een tijdelijke vergunning verlenen voor onttrekking, samenvoeging of omzetting.
Een tijdelijke vergunning kan worden afgegeven voor maximaal 5 jaar.
Na het verstrijken van de periode, waarvoor vergunning is verleend, dient de onttrekking, de samenvoeging of omzetting weer ongedaan gemaakt te worden, tenzij een nieuwe, al dan niet tijdelijke, vergunning is verleend.
6. .
Een vergunning tot samenvoeging kan worden toegestaan als de woning gelegen is in de binnenstad én één van de woningen kleiner dan 60m2 BKO is, tenzij de samengevoegde woning groter is dan 3 x de maat van de kleinste woning.
Een vergunning tot samenvoeging kan worden toegestaan als de woning gelegen is buiten de binnenstad en één van de woningen is kleiner dan 70 m2, tenzij de samengevoegde woning groter wordt dan 3 x de maat van de kleinste woning of groter dan 180 m2.
In afwijking van het hiervoor gestelde onder a en b voor wat betreft de grootte van de samengevoegde woning mag het aantal m2 binnenwerkse kernoppervlakte (BKO) in de samengevoegde woning maximaal 210 m2 bedragen indien het huishouden, waarvoor de samenvoeging wordt aan gevraagd, bestaat uit meer dan 6 personen.
Voorts geldt bij de in dit lid onder a t/m c gestelde dat de hier onderstaande grenzen niet worden overschreden:
Huishoudgrootte
Maximum grootte van de grootste woning in BKO
Maximum grootte van de woning na samenvoeging in BKO
1 tot 2 personen
60 m2
3 tot 4 personen
70 m2
5 tot 6 personen
90 m2
Meer dan 6 personen
120 m2
210 m2
Een vergunning tot samenvoegen wordt in elk geval verleend als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
als de samen te voegen woonruimten van zodanige kwaliteit zijn dat zij redelijkerwijs niet langer als zelfstandige woningen in de woningbehoefte kunnen voorzien (overwegingen van algemeen belang);
als de aanvrager volgens de normen in de vorige tabel te krap is gehuisvest en er binnen een door het college te bepalen aanvaardbare termijn geen passende woonruimte beschikbaar is. Voorwaarde daarbij is dat de aanvrager na samenvoegen de maximum grootte zoals bepaald in lid 6 niet overschrijdt;
als de behoefte aan de woonruimte die na samenvoeging ontstaat, in het kader van een evenwichtige opbouw van de woningvoorraad, groter is dan de behoefte aan de afzonderlijke woonruimten (overwegingen in het kader van herstructurering).
Hoofdstuk 4
Artikel 21
Criteria voor de vergunningverlening
Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007 van de gemeente Haarlem