Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 23

Begroting

Onderdeel van gemeenschappelijke regeling GGD Midden-Nederland

Op voorstel van het dagelijks bestuur stelt het algemeen bestuur vóór 1 april de uitgangspunten van de begroting voor het komende begrotingsjaar vast. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april een ontwerpbegroting voor het komend begrotingsjaar, voorzien van een memorie van toelichting en vergezeld van een overzicht van financiële beleidsuitgangspunten voor de komende begrotingsjaren toe aan de raden van de gemeenten. De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na ontvangst daarvan hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur dient jaarlijks vóór 1 juni bij het algemeen bestuur de ontwerpbegroting in voor het komende begrotingsjaar, inclusief memorie van toelichting en meerjarenuitgangspunten. Daarbij zijn de schriftelijke reacties van de raden van de gemeenten gevoegd. Het algemeen bestuur stelt vervolgens vóór 1 juli de begroting vast. Het algemeen bestuur deelt spoedig na 1 juli de vaststelling mee aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk voor 15 juli de begroting ter kennisname aan gedeputeerde staten. Op begrotingswijzigingen zijn de leden 2 tot en met 6 van overeenkomstige toepassing. In de begroting staat een raming van de bijdrage per gemeente voor de uitvoering van de taken in artikel 4 lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel