Het dagelijks bestuur legt jaarlijks vóór 1 april verantwoording af aan het algemeen bestuur over het afgelopen jaar. Daartoe biedt het dagelijks bestuur de ontwerpjaarrekening aan met bijbehorende bescheiden en berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen.
Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 mei de ontwerpjaarrekening aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten ter kennisname.
Na onderzoek van de jaarrekening door een accountant stelt het algemeen bestuur vervolgens vóór 1 juli de jaarrekening vast, inclusief de bijdragen van de gemeenten in een eventueel exploitatietekort.
Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk voor 15 juli de jaarrekening aan gedeputeerde staten.
De vaststelling van de jaarrekening strekt voor de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven het dagelijks bestuur tot decharge. Dit geldt behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.