**1..** De voorzitter kan een besloten vergadering bijeenroepen.
**2..** De voorzitter kan op verzoek van een vijfde van het aantal aanwezige leden, of indien hij dit zelf nodig acht, het voorstel doen de deuren van de vergadering te sluiten.
**3..** De commissie beslist of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
**4..** Een besluit als genoemd in het derde lid wordt slechts genomen, indien de belangen die met het sluiten van de deuren worden gediend zwaarder wegen dan het beginsel van de openbaarheid van de vergadering.
**5..** Ingevolge artikel 93 Gemeentewet, juncto artikel 10 Wet openbaarheid van bestuur, kan geheimhouding worden opgelegd omtrent de inhoud van in besloten vergadering te behandelen stukken alsmede het in die vergadering besprokene. De geheimhouding kan worden opgelegd aan hen die bij de vergadering aanwezig zijn, of kennis dragen van het aldaar behandelde.
**6..** De in het vierde lid bedoelde geheimhouding kan door een commissie, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders of de voorzitter van de commissie worden opgelegd.
**7..** Het bepaalde in artikel 10, lid 2 (voor wat betreft de daar genoemde termijn), 10, lid 3, 15, lid 1 (voor wat betreft de daar genoemde termijn, die in dit geval tenminste vier en twintig uren dient te zijn), 15, lid 2 en 17, lid 4 is niet van toepassing op besloten vergaderingen.
**8..** De commissies zijn bevoegd ambtenaren in dienst der gemeente uit te nodigen haar besloten vergadering bij te wonen en alsdan van hen inlichtingen, hun dienst betreffende, te vorderen.
**9..** De commissies zijn bevoegd in besloten kring op de in uitvoering zijnde werken inlichtingen van het daarbij werkzame personeel te vorderen.
**10..** Van besloten vergaderingen wordt op dezelfde wijze als is bepaald in artikel 18 een afzonderlijk verslag opgemaakt dat, zolang de geheimhouding duurt, niet ter inzage wordt gelegd.
Hoofdstuk 1
Artikel 19
Besloten vergadering/geheimhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene Commissieverordening