**1a..** Met uitzondering van de Rekenkamercommissie en de Commissie Beroep- en Bezwaarschriften, kan een raadslid zich laten vervangen in een commissie door een persoon die geen raadslid is (schaduwraadslid).
**1b..** Een raadslid kan ten hoogste één persoon die geen raadslid is als zijn plaatsvervanger voordragen. Deze mogelijkheid geldt bij meerhoofdige fracties bovendien voor maximaal twee raadsleden. Fracties bestaande uit één persoon die zelfstandig een zetel hebben verworven bij de verkiezingen kunnen maximaal drie schaduwraadsleden voordragen.
**1c..** De in lid 1b genoemde voordrachten behoeven ter ondersteuning de ondertekening door tenminste drie andere leden van de raad.
**2..** Ten aanzien van de plaatsvervangend commissieleden die geen raadslid zijn (schaduwleden), zijn de artikelen 10, 11, 13, 15, en 28 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. De commissieleden dienen meerderjarig te zijn.
**3..** Op het onderzoek van de geloofsbrieven van de kandidaat-plaatsvervangend commissieleden die geen raadslid zijn, is het bepaalde in artikel 5 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing. Dit onderzoek heeft betrekking op dezelfde bescheiden als in het geval van raadsleden, met uitzondering van de in artikel V.1, eerste lid, van de Kieswet bedoelde kennisgeving. Aan de bescheiden wordt toegevoegd een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatstgehouden raadsverkiezingen, voor de partij waarvoor het voordragende raadslid zitting heeft in de raad. De naam van de kandidaat-plaatsvervangend commissieleden dient op deze lijst voor te komen. De bescheiden worden door de betrokkene aan de raad overgelegd.
**4..** Een plaatsvervangend commissielid dat geen raadslid is, geeft schriftelijk aan de voorzitter van de raad te kennen, of hij of zij de benoeming aanvaardt.
**5..** Als het raadslidmaatschap van een raadslid bedoeld in het eerste lid eindigt, treedt het in dat lid bedoelde plaatsvervangend commissielid af.
**6..** Zodra blijkt, dat een plaatsvervangend lid van de commissie, dat geen raadslid is een van de vereisten van het lidmaatschap niet bezit of een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij of zij op plaatsvervangend lid te zijn.