Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Benoeming voorzitter/instelling sub-commissies

Onderdeel van Algemene Commissieverordening

1.. 1.De voorzitters en diens plaatsvervangers van de commissies genoemd in artikel 21, 23a en 25a van deze verordening worden door de raad uit zijn midden aangewezen. Bij verhindering van de voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door de plaatsvervangend voorzitter. 2.. Een commissie kan uit haar midden subcommissies kiezen, waarvan als regel de voorzitter door de commissie uit haar midden wordt aangewezen. 3.. Tenzij het tegendeel uitdrukkelijk is vermeld gelden de hierna volgende bepalingen mede voor subcommissies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel