Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Periodieke salarisverhoging

Onderdeel van Bezoldigingsverordening Veldhoven 2000

Lid 1 Het salaris van de ambtenaar wordt bij voldoende bekwaamheid, geschiktheid en ijver binnen de voor hem geldende schaal periodiek verhoogd tot het naasthoger bedrag. Lid 2 De periodieke verhoging van salaris als bedoeld in lid 1 geschiedt wanneer de ambtenaar het maximum salaris van de voor hem geldende schaal nog niet heeft bereikt, met ingang van de eerste januari. Lid 3 Het salaris wordt, indien de schaal dit aangeeft en wanneer het maximum salaris is bereikt, voor de eerste maal na drie jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag. Lid 4 De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de CAR, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen. Lid 5 voor de vaststelling van de diensttijd voor de toekenning van het salaris telt niet mede: de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van bezoldiging, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de ambtenaar, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal medetellen voor de vaststelling van de diensttijd voor de toekenning van het salaris; de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een jaar te boven gaat; de tijd, gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn functie is geschorst: bij wijze van disciplinaire straf; op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging tegen hem is ingesteld, of hem door het daartoe bevoegde gezag het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven, of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan, dan wel dat hij zich in verzekering of in voorlopige hechtenis bevindt; omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegde gezag het tegendeel bepaalt. Indien vaststaat, dat een schorsing, als bedoeld in dit lid onder a, sub 3b, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd, noch zal worden gevolgd, telt de tijd van deze schorsing alsnog mede voor de vaststelling van de diensttijd voor de toekenning van het salaris. In afwijking van het bepaalde in dit lid onder a, sub 2, kunnen burgemeester en wethouders, indien in het algemeen belang verlof buiten genot van bezoldiging wordt genoten voor een tijdvak van langer dan een jaar bepalen dat dit tijdvak volledig in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van de diensttijd voor de toekenning van het salaris.

Rechtspraak bij dit artikel