Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten Leidschendam-Voorburg 2004

In deze verordening wordt verstaan onder: gehandicapte: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt op het gebied van het wonen of van zich binnen of buiten de woning verplaatsen; belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; Voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel. woonvoorziening: elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, met dien verstande dat bij ingrepen van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woonruimte slechts dan een voorziening als woonvoorziening wordt aangemerkt, indien de voorziening gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen; of een uitraasruimte betreft; vervoersvoorziening: een voorziening die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het vervoer buitenshuis ondervindt; Inkomen: het bruto-inkomen uit of in verband met arbeid en/of een uitkering op grond van één van de sociale verzekeringswetten van de gehandicapte indien de gehandicapte 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m 7 Wvg; Het gezamenlijk bruto-inkomen uit of in verband met arbeid en/of op grond van één van de sociale verzekeringswetten van de ouders of pleegouders van de gehandicapte indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 Wvg; het gezamenlijk bruto-inkomen uit of in verband met arbeid en/of op grond van één van de sociale verzekeringswetten van de gehandicapte en zijn echtgenoot indien gehandicapte een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m 7 Wvg; ontvangen rente en dividend uit vermogen; inkomen uit alimentatie van een gewezen echtgenoot; inkomen uit een lijfrenteverzekering of een andere periodieke uitkering; verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies, met uitzondering van de procentuele premie voor de verplichte ziekenfondsverzekering; Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; Woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen; Ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen; Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een briefadres is ingeschreven; Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang tot de woning te bereiken; Woningaanpassing: ingreep die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte en waarvan de kosten een bedrag van € 45.378,-- niet te boven gaan; ADL-hond: een hond die behulpzaam is bij algemene dagelijkse levensverrichtingen; Wet: de Wet voorzieningen gehandicapten.

Rechtspraak bij dit artikel