Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Beperkingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten Leidschendam-Voorburg 2004

1. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze in overwegende mate op het individu is gericht; deze langdurig noodzakelijk is om diens beperkingen op het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt. 2. In afwijking op hetgeen in het eerste lid onder a is gesteld, kan een voorziening worden verstrekt in de vorm van het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 22, eerste lid onder a. 3. Geen voorziening wordt toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling of enige privaatrechtelijke overeenkomst aanspraak op de voorziening bestaat; voor zover de ondervonden ergonomische belemmeringen in de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel