Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Bepaling van de hoogte van de betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Inkomensvoorzieningen 2010, gemeente Geertruidenberg

1.. De vordering wordt in een keer binnen een periode van zes weken terugbetaald. 2.. De aflossing voor de belanghebbende met een WWB-, WIJ-, Ioaw- of Ioaz-uitkering bedraagt 6,5% van de op belanghebbende van toepassing zijnde onverkorte norm. 3.. De aflossing voor de belanghebbende met een inkomen anders dan onder lid 2 genoemd, bedraagt 6,5 % over het inkomen tot aan de vergelijkbare bijstandsnorm, vermeerderd met 50 % van het meer-inkomen. 4.. Ter bepaling van de draagkracht ter vaststelling van het aflossingbedrag zoals vastgesteld met toepassing van lid 2 of lid 3 van dit artikel kan enkel rekening worden gehouden met: a. eventueel verschuldigde aflossing voor een lening bij een schuldhulp- verleningsinstelling die lid is van de NVVK voor noodzakelijke gebruiksgoederen of schuldsanering; b. te betalen alimentatie na aftrek van het berekende belastingvoordeel; c. zakelijke kosten na aftrek van het berekende belastingvoordeel of huurlasten van de woning onder aftrek van recht op huursubsidie en onder aftrek van het in de bijstandsnorm begrepen bedrag voor woonkosten; d. aflossingen voor schulden van woonlasten zoals huur- en energielasten, indien deze niet het gevolg zijn van strafbaar handelen van de belanghebbende. 5.. In afwijking van het gestelde in lid 2 wordt met een betalingsvoorstel van de debiteur ingestemd voor zover de aflossing ten minste € 25,00 per maand bedraagt en daarmee de vordering binnen 12 maanden in zijn geheel zal worden afgelost. 6.. Indien de uitkering wordt beëindigd, wordt de eerder ten laste van de belanghebbende vastgestelde aflossing gedurende 6 maanden gehandhaafd. 7.. Door middel van een heronderzoek, op basis van de hiervoor vastgestelde richtlijnen, en in de vijfde maand na de in lid 6 genoemde beëindiging, wordt een onderzoek gedaan naar de draagkracht van de belanghebbende ter vaststelling van de aflossing. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt als gevolg van dit onderzoek de aflossingsverplichting gewijzigd. Er wordt afgezien van het opleggen van een gewijzigde betalingsverplichting indien het nieuwe aflossingsbedrag minder dan 10 % afwijkt van de eerder vastgestelde aflossingsverplichting of als de vordering binnen 18 maanden in zijn geheel afgelost zal zijn. 8.. Indien de belanghebbende aan een heronderzoek met als doel het vaststellen van zijn aflossingscapaciteit geen medewerking verleent, behoudt de gemeente zich het recht voor om de aflossingsverplichting ambtshalve vast te stellen en op te leggen, met inachtneming van de beslagvrije voet, dan wel om tot invordering van de totale openstaande vordering over te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel