Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Uitzonderingen op het treffen van een betalingsregeling

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal Inkomensvoorzieningen 2010, gemeente Geertruidenberg

1.. De belanghebbende jegens wie burgemeester en wethouders een terugvorderingsbesluit hebben genomen wegens naderhand verkregen middelen die toerekenbaar zijn aan de periode van bijstandsverlening, is verplicht om de vordering in zijn geheel en in één termijn terug te betalen binnen de periode van zes weken na besluitvorming. 2.. Als deze terugbetaling, om welke reden dan ook, niet plaatsvindt, is de belanghebbende van rechtswege in verzuim na afloop van de periode van zes weken na besluitvorming. 3.. Als het niet mogelijk is de belanghebbende jegens wie een terugvorderingsbesluit is genomen te traceren om de invordering te doen plaatsvinden, wordt periodiek bij een heronderzoek daartoe een poging gedaan conform het heronderzoeksplan. Na vijf jaar vergeefse pogingen om een aflossingsregeling met de debiteur tot stand te brengen wegens onvindbaarheid van de debiteur, wordt de vordering buiten invordering gesteld. Artikel 6 lid 3 van deze beleidsregels is daarbij van overeenkomstige toepassing. 4.. Vrderingen die verjaard zijn overeenkomstig artikel 3:324 van het Burgerlijk Wetboek, worden buiten invordering gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel