Het college stelt voor de ambtenaar aan wie de verplichting, bedoeld
in artikel 15:1:10, tweede lid, onder c, is opgelegd, regelen ter
vergoeding daarvan. Geen vergoeding wordt toegekend, indien
uitdrukkelijk is bepaald, dat bij de vaststelling van de bezoldiging
met vorenbedoelde verplichting is rekening gehouden.