De door het college te verstrekken vervoersvoorziening in het kader van het compensatiebeginsel kan bestaan uit:
een voorziening in natura bestaande uit:
een algemene voorziening in de vorm van gebruik van een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer;
een individuele voorziening in de vorm van een al dan niet aangepaste bruikleenauto;
een individuele voorziening in de vorm van een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
een individuele voorziening in de vorm van een al dan niet aangepaste open elektrische buitenwagen;
een individuele voorziening in de vorm van een al dan niet aangepast ander verplaatsingsmiddel;
een individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de kosten van:
aanpassing van een eigen auto;
gebruik van een bruikleenauto;
gebruik van regiotaxi, individuele taxi of eigen auto;
gebruik van individuele rolstoeltaxi;
gebruik van een ander verplaatsingsmiddel;
begeleiding door een derde.
Als alternatief voor de in het eerste lid, onder b tot en met e genoemde voorzieningen in natura kan het college ook een persoonsgebonden budget verstrekken.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Algemene omschrijving
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2007