Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2007

Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek noodzakelijk is voor de aanvrager om dreigende vereenzaming te voorkomen. Bij het vaststellen van de vervoersvoorziening zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a (collectief vervoerssysteem) en tweede lid, onder b t/m e (gebruik bruikleenauto, gebruik regiotaxi, individuele taxi of eigen auto, gebruik individuele rolstoeltaxi, gebruik ander verplaatsingsmiddel) wordt rekening gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de aanvrager. Indien het inkomen hoger is dan 1,5 maal het norminkomen, wordt in geval van een vervoersvoorziening zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a (collectief vervoerssysteem) en tweede lid, onder b tot en met e (gebruik bruikleenauto, gebruik regiotaxi, individuele taxi of eigen auto, gebruik individuele rolstoeltaxi, gebruik ander verplaatsingsmiddel) geen of geen volledige vervoersvoorziening verstrekt. In dat geval wordt de zogenoemde glijdende schaal toegepast, zoals nader uitgewerkt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Bij het vaststellen van de individuele vervoersvoorziening wordt rekening gehouden met het algemeen gebruikelijk kostendeel. De wijze waarop de hoogte van het inkomen en de hoogte van het norminkomen zoals bedoeld in het derde lid wordt bepaald, evenals het algemeen gebruikelijk kostendeel zoals bedoeld in het vierde lid, wordt uitgewerkt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hierin wordt tevens nadere regelgeving uitgewerkt omtrent hoogte van de vergoedingen voor de verschillende vervoersvoorzieningen, zoals eveneens bedoeld in artikel 2.1. Collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer 6.Een aanvrager kan voor een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1, eerste lid, onder a (collectief vervoerssysteem) in aanmerking worden gebracht, indien aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk maken en deze vervoersvoorziening beschikbaar is (primaat collectief vervoerssysteem). Gebruik van regiotaxi, individuele taxi of eigen auto en gebruik van individuele rolstoeltaxi Een aanvrager kan voor een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1, tweede lid, onder c (gebruik regiotaxi, individuele taxi of eigen auto) of onder d (gebruik individuele rolstoeltaxi) in aanmerking worden gebracht, indien: aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1, eerste lid, onder a (collectief vervoerssysteem) onmogelijk maken; of een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1, eerste lid, onder a (collectief vervoerssysteem) niet beschikbaar is. Al dan niet aangepast(e) bruikleenauto, gesloten buitenwagen, open elektrische buitenwagen, ander verplaatsingsmiddel 8.Een aanvrager kan voor een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1, eerste lid, onder b t/m e (bruikleenauto, gesloten buitenwagen, open elektrische buitenwagen, ander verplaatsingsmiddel) dan wel zoals genoemd in artikel 5.1, tweede lid, onder a (aanpassing eigen auto), onder b (gebruik bruikleenauto), onder e (gebruik ander verplaatsingsmiddel) of onder f (begeleiding door derde) in aanmerking worden gebracht, indien aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van voorzieningen zoals genoemd in het zesde en zevende lid onmogelijk maken of deze voorzieningen niet het goedkoopst-adequaat zijn. Samenloop vervoersvoorzieningen Een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1, eerste lid, onder d (open elektrische buitenwagen) of onder e (ander verplaatsingsmiddel) kan ook in aanvulling op een vervoersvoorziening zoals genoemd in het eerste lid, onder a (collectief vervoerssysteem) en het tweede lid, onder c (gebruik regiotaxi, individuele taxi of eigen auto) of onder d (gebruik individuele rolstoeltaxi) worden verstrekt. De combinatie van de vervoersvoorzieningen zoals hiervoor bedoeld, leidt ertoe dat op een eventueel toegekende of toe te kennen vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1, eerste lid, onder a (collectief vervoerssysteem) en het tweede lid, onder c (gebruik regiotaxi, individuele taxi of eigen auto) en onder d (gebruik individuele rolstoeltaxi), de helft wordt gekort.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel