1. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de

leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar

de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen

binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties.

2. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de

leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het

internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor

zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

3. Paragraaf 2 en 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van

artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a.