Naar hoofdinhoud
1. . Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv, die gericht zijn op het beperken van bodemdaling, het beperken van de nadelige effecten van bodemdaling of het realiseren van een duurzaam watersysteem in het Utrechtse veenweidegebied door middel van onderzoek, experimentele ontwikkeling of pilotprojecten: innovaties in het watersysteem; innovaties in het gebruik, realisatie en het beheer van infrastructuur in het buitengebied gericht op het beperken van de belasting en beheerskosten van infrastructuur; innovaties in realisatie en het beheer van bebouwing in het buitengebied gericht op het beperken van de effecten van bodemdaling op bebouwing. 2. . Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder a, richten zich zoveel mogelijk op het volgende: het verbeteren van de waterkwaliteit; het vergroten van biodiversiteit; het voorkomen van wateroverlast en/of watertekorten; het vergroten van de efficiëntie in het waterbeheer; het aanpassen van het watersysteem aan innovatieve vormen van grondgebruik. 3. . Weigeringsgrond Conform artikel 1, lid 4, sub (a) van Verordening (EU) nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1, wordt betaling uitgesloten van steun aan een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard; De aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden conform artikel 1 lid 4 sub (c) van Verordening (EU) Nr. 651/2014, pbEU 2014, L187/1. 4. . Hoogte van de subsidie Voor activiteiten zoals bedoeld in dit artikel bedraagt de totale bijdrage maximaal 50% van de subsidiabele kosten met inachtneming van artikel 25, lid 5 en 6 van Verordening (EU), nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1; Tot de subsidiabele kosten behoren uitsluitend: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang deze wordt gebruikt voor het project. Wanneer deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het project worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten gebruik van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Bij gebouwen worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Bij gronden komen de kosten voor de commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm’s length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; extra algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien. 5. . Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder. 6. . Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van de gebiedscommissie van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden; De aanvraag dient voorzien te zijn van een communicatieplan. 7. . Verplichtingen subsidieontvanger De eindrapportage bevat een advies voor de verdere implementatie van de innovatie bij de doelgroep waarvoor de innovatie van belang is. 8. . Europese regelgeving Subsidie kan worden verleend overeenkomstig de hiervoor genoemde voorwaarden. In aanvulling op die voorwaarden is van toepassing dat indien aan ondernemingen subsidie wordt verstrekt in de vorm van steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, dit geschiedt met inachtneming van hoofdstuk 1 en artikel 25 van Verordening (EU), nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel