Naar hoofdinhoud
1. . Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op de instandhouding en ontwikkeling van het cultureel erfgoed en aardkundige elementen. Onder instandhouding van het cultureel erfgoed en aardkundige elementen zijn de volgende activiteiten subsidiabel: restaureren, in oude staat terugbrengen; consolideren of de bestaande situatie veilig stellen; herstel van landschappelijke en/of ecologisch waardevolle elementen. Onder ontwikkeling van het cultureel erfgoed en aardkundige elementen zijn de volgende activiteiten subsidiabel: renoveren en ontwikkelen of met nieuwe middelen de oude situatie beleefbaar en zichtbaar maken; renoveren met als doel het erfgoed geschikt te maken voor toekomstige (commerciële) exploitatie; openstellen en ontsluiten van erfgoed voor publiek; creëren van publieksvoorzieningen; onder de aandacht brengen bij het publiek; exploitatie gericht op het beleefbaar maken van erfgoed met de intentie op structurele voortzetting van de activiteiten; het beleefbaar maken van erfgoed; onderzoek ten behoeve van bovenstaande activiteiten; systematisch ordenen, beschrijven of registreren van gegevens en kennis die specifiek gekoppeld is aan het betreffende erfgoed of aardkundige element. 2. . Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan een of meer van de volgende criteria: projecten dragen bij aan de versterking van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur zoals vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013–2028; projecten vallen binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het deelgebied Linieland; projecten vallen binnen de Grebbelinie en passen binnen de Gebiedsvisie voor de Grebbelinie; projecten vallen binnen het Groene Hart en passen binnen de Gebiedsvisie voor het Groene Hart; In aanvulling op het gestelde onder a gelden bij exploitatiesubsidies de volgende criteria: een maximum termijn van 2 jaar; de subsidie draagt bij aan de exploitatie van een publieksvoorziening; en het gaat om een nieuwe activiteit. 3. . Hoogte van de subsidie De hoogte van de subsidie bedraagt: maximaal 50% van de subsidiabele kosten voor overheden en stichtingen met een publieke taak; maximaal 50% van de subsidiabele kosten voor natuurlijke personen. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie voor stichtingen en overheden in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Bij renovaties die tot doel hebben om het erfgoed geschikt te maken voor toekomstig (commerciële) exploitaties waarbij inkomsten gegenereerd worden, wordt slechts bijgedragen aan de ‘onrendabele top’, waarbij wordt verstaan dat deel van de investering dat uit de exploitatie niet kan worden terugverdiend. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de bouw, notaris, taxatie en onderzoeken ten behoeve van verwerving of verbetering van onroerende zaken; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie; exploitatiekosten, voor zover wordt voldaan aan de criteria, genoemd in het tweede lid, onder b. Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties. 4. . Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder. 5. . Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; Met uitzondering van projecten in het kader van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en Stelling van Amsterdam dient de aanvraag voorzien te zijn van een advies van de gebiedscommissie van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden. 6. . Europese regelgeving De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende communautaire toetsingskaders: Indien de subsidie wordt verstrekt aan eigenaren van monumenten die commercieel worden geëxploiteerd en de activiteit is gericht op de onder het eerste lid onder a bedoelde instandhouding van een monument dan geschiedt dit met inachtneming van de Nationale monumenten regeling (SA.40475). Hierbij gelden de volgende voorwaarden: er moet sprake zijn van een monument dat geregistreerd staat in een register van het rijk, provincie of gemeente; de werkzaamheden zijn vanuit technisch oogpunt noodzakelijk voor de instandhouding van het monument; de steun mag niet ingezet worden voor commerciële en/of operationele activiteiten; monumenten met een commerciële functie komen alleen in aanmerking voor de meerkosten van restauratie of herstelwerkzaamheden; kosten ter verbetering van comfort of uitbreidingen van de gebouwen komen niet in aanmerking voor subsidie; cumulatie met andere steunmaatregelen is toegestaan, mits de steunintensiteit niet boven 100% van de totale kosten gaat. Indien subsidie wordt verstrekt aan eigenaren van erfgoed dat niet voldoet aan de onder a bedoelde activiteiten, geschiedt dit met inachtneming van hoofdstuk 1 en artikel 25 van Verordening (EU), nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen; Indien subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen ten behoeve van de in het eerste lid onder b bedoelde activiteiten, geschiedt dit met inachtneming van hoofdstuk 1 en artikel 25 van Verordening (EU), nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Rechtspraak bij dit artikel