Een ondersteuningsvrager komt in aanmerking voor een op het individu toegesneden voorziening als:
deze behoort tot de doelgroep van de Wmo 2015 respectievelijk de Jeugdwet, en
3 De doelgroepen van de Wmo 2015 en de Jeugdwet zijn nader gedefinieerd in de Beleidsregels.
Om te bepalen of iemand tot de doelgroep behoort van de Wmo 2015 of de Jeugdwet moet worden gekeken naar de woonplaats en in het geval van de voorzieningen op grond van de Jeugdwet naar de leeftijd. Daarnaast is niet onbelangrijk dat er sprake moet zijn van specifieke problemen of beperkingen die worden ondervonden en waarvoor in het kader van de beide wetten ondersteuning kan worden geboden.
2.2.1.1Woonplaats
In het algemeen geldt dat alleen ingezetenen van de gemeente Almelo in aanmerking komen voor een op het individu toegesneden voorziening; voor jeugdigen is de woonplaats van de ouders of degene(n) die het gezag over de jeugdige uitoefende(n) bepalend. Er zijn echter uitzonderingen:
voor beschermd wonen en opvang (Wmo 2015) geldt dat iedere ingezetene van Nederland in aanmerking kan komen voor deze voorzieningen. Voor opvang zie bijlage 5: ‘regels landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang’;
als het gezag over de jeugdige berust bij een instelling (instellingsvoogdij) of bij een pleegoudervoogd is de woonplaats van degene die voorafgaand aan de voogdij door de instelling of pleegouder bepalend.
2.2.1.2 Leeftijd
Voor een op het individu toegesneden voorziening in het kader van de Jeugdwet geldt dat de doelgroep in het algemeen beperkt is tot degenen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Hierop zijn enkele uitzonderingen:
noodzakelijk voortzetten of hervatten (binnen 6 maanden na beëindiging van de jeugdhulp die voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar was aangevangen) van de jeugdzorg;
voortzetting jeugdhulp na de leeftijd van 18 jaar in verband met arbeidsmarkttoeleiding;
bij gebruik van de verwijsindex risicojongeren (VIR);
bij toepassing van het jeugdstrafrecht.
In bovenstaande situaties kan, totdat de leeftijd van 23 jaar is bereikt, een voorziening in het kader van de Jeugdwet worden verstrekt.
Dit geldt niet voor voorzieningen waarvoor op basis van andere wettelijke regelingen vanaf de leeftijd van 18 jaar aanspraak kan worden gemaakt. Dit geldt onder andere voor de op het individu toegesneden voorzieningen op grond van de Wmo 2015 (zie beleidsregel 2.1-1) maar ook de voorzieningen op grond van de Zorgverzekeringswet.
2.2.1.3 Specifieke problemen of beperkingen
In de Wmo 2015 wordt de doelgroep afgebakend tot ingezetenen die in verband met een beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen niet voldoende zelfredzaam zijn of niet in staat zijn tot participatie. Voor de voorziening beschermd wonen is de doelgroep verder beperkt tot ingezetenen die in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn zich zelfstandig te handhaven in de samenleving. Voor de voorziening opvang geldt dat de ingezetene niet in staat is zich te handhaven in de maatschappij en de thuissituatie moet hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.
De doelgroep in het kader van de Jeugdwet is minder afgebakend. Jeugdigen en ouders vallen onder de werking van de Jeugdwet als er bij de jeugdige sprake is van:
(chronisch) psychische problemen, stoornissen en aandoeningen;
psychosociale problemen;
gedragsproblemen;
verstandelijke beperkingen;
lichamelijke beperkingen;
somatische aandoeningen;
zintuigelijke beperkingen.
Of als er bij de ouder(s) sprake is van:
·opvoedingsproblemen.
Waar in de Wmo 2015 duidelijk een link wordt gelegd met beperkingen en stoornissen is dat in de Jeugdwet niet het geval: gedrags- en opvoedingsproblemen zijn wat dat betreft rekbare begrippen en breed uit te leggen. Dit betekent dat de gemeente ten aanzien van jeugdigen een zeer uitgebreide verantwoordelijkheid heeft.
Als problemen worden ondervonden als gevolg van verminderde mobiliteit zal onderzocht moeten worden of ondanks de beperkingen geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer of van (algemene) voorzieningen dichter bij huis die ondanks de beperkingen zonder op het individu toegesneden voorzieningen wel bereikbaar zijn. In het algemeen geldt binnen Almelo dat de afstand tussen woonadres en bushalte maximaal 400 meter bedraagt. Bij een loopafstand minder dan de afstand tussen woonadres en bushalte is dan ook in het algemeen geen sprake van een beperking waarvoor een op het individu toegesneden voorziening noodzakelijk is.
2.2.2 Op het individu toegesneden voorziening als vangnet
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Criteria
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo