Het in artikel 12, eerste lid, bedoelde verbod geldt niet voor:
woonschepen bij lig- en aanlegplaatsen, die als zodanig in een bestemmingsplan zijn aangewezen, mits:
de algemene regels ten aanzien van woonschepen in de Provinciale Ruimtelijke Verordening in dat bestemmingsplan zijn verwerkt, dan wel,
de woonschepen voldoen aan artikel 14, zesde lid, onder a en b;
één woonschip in een jacht- of bedrijfshaven, dat daar in gebruik is als verenigingsaccommodatie.
De vrijstelling in het eerste lid geldt niet voor woonschepen, waarvoor een ontheffing is verleend op basis van een typen- of oeverbeleid, of waarvoor een ontheffing geldt met een verplaatsingsclausule, en voor woonschepen aan wisselligplaatsen.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 1
Artikel 13