Naar hoofdinhoud
1.. Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de provincie Utrecht, voor zover dit zich bevindt: buiten een rode contour; dan wel een bebouwde kom op het moment van vaststelling van de verordening, die buiten een rode contour gelegen is. Het toepassingsgebied is aangegeven op de kaart in Bijlage 1. 2.. Voor de toepassing van het voorgaande lid worden drijvende voorwerpen, vaartuigen en woonschepen binnen de provincie, waarvan de aanlegplaats of de afmeervoorziening zich geheel of gedeeltelijk bevindt op of aan een oever binnen de aangegeven grens, geacht zich binnen die grens te bevinden. Als de oever met de aanlegplaats of afmeervoorziening zich buiten de aangegeven grens bevindt, wordt ook het drijvende voorwerp, het vaartuig, dan wel het woonschip geacht zich buiten die grens te bevinden. 3.. Deze verordening is niet van toepassing op drijvende voorwerpen, vaartuigen en woonschepen, die zich geheel buiten de provinciegrens bevinden, ook niet als de bijbehorende aanlegplaats of afmeervoorziening geheel of gedeeltelijk binnen de provinciegrens ligt. In dat laatste geval is de verordening wel van toepassing op de aanlegplaats of afmeervoorzieningen. 4.. Onverlet het bepaalde in het eerste lid, is Hoofdstuk IV (Wateren) van deze verordening niet van toepassing: in de gebieden, die in beheer zijn bij het Recreatieschap Vinkeveense Plassen, respectievelijk het Plassenschap Loosdrecht, zoals aangegeven op de kaarten in Bijlage 2; op woonschepen met een ligplaats in de woonarkenparken: De Dotterbloem aan de Bovendijk te Wilnis; De Waterlelie aan de Bovendijk te Wilnis; De Watertuin aan de Bovendijk te Wilnis; Bestevaer aan de A. Janssenweg te Baarn; De Horn aan de Horn te Baambrugge; De Vinkenslag aan de Schattekerkerweg te De Hoef; Mur aan de Demmerik 94 te Vinkeveen.

Rechtspraak bij dit artikel