**1..** In geval dat een of meer van de verboden van artikel 23 overtreden zijn zonder vrijstellingsgrond, is de zakelijk gerechtigde van de grond, dan wel degene, die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, verplicht om binnen een jaar na de overtreding het beschermde kleine landschapselement op dezelfde locatie zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat te herstellen of te herbeplanten.
**2..** Onverlet het bepaalde in artikel 24, tweede lid, moeten niet aangeslagen herbeplantingen of andere mislukte herstelmaatregelen voor 1 april van het opvolgende jaar worden vervangen of hersteld.
Hoofdstuk V
Artikel 26