1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een vergunninghouderplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:
a. zonder dat het vergunningsbewijs duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst;
b. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
AFDELING IV STRAFBEPALING
Artikel 9