Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Ondermandaat

Onderdeel van MANDAATSTATUUT Nieuwkoop 2007

1.. Burgemeester en wethouders van Nieuwkoop en de burgemeester van Nieuwkoop voor zover het hun respectievelijk zijn bevoegdheden betreft, verlenen toestemming aan de directeur bedrijfsvoering / secretaris, afdelingshoofden en teamleiders, voor zover aan hen mandaat is verleend, door te mandateren aan ambtenaren in dienst van de gemeente Nieuwkoop en aan de brandweercommandant. 2.. De gemandateerde mag de bevoegdheden, die hij / zij krachtens dit mandaatstatuut kan uitoefenen, met inachtneming van dit statuut tussentijds opdragen aan een onder zijn / haar verantwoordelijkheid werkzame ambtenaar. Het tussentijdse ondermandaat behoeft de goedkeuring van de secretaris. De ondermandaatgever blijft bevoegd de ondergemandateerde bevoegdheden uit te oefenen. Er vindt geen ondermandaat plaats van een niet leidinggevende medewerker aan een andere niet leidinggevende medewerker. 3.. Krachtens dit statuut in ondermandaat genomen beslissingen, die betrekking hebben op uitgaande stukken, worden als volgt ondertekend: "Namens Burgemeester en Wethouders van Nieuwkoop" of indien van toepassing "Namens de Burgemeester van Nieuwkoop" gevolgd door de functieaanduiding van de ondergemandateerde en zijn of haar handtekening (en naam). 4.. Bij het ondermandaatbesluit, dat schriftelijk dient te geschieden, wordt dit statuut en de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen. Aan het ondermandaat kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. 5.. Degene die het ondermandaat heeft gekregen is behalve aan de bepalingen van dit statuut en de Algemene wet bestuursrecht ook aan de nadere voorwaarden gebonden. 6.. Een ondermandaatbesluit wordt bekendgemaakt op de in de gemeente Nieuwkoop gebruikelijke wijze.

Rechtspraak bij dit artikel