Naar hoofdinhoud

Artikel B.

Gedragsregels

Onderdeel van Richtlijnen bezoldigingsbeleid 1992

1.. De beoordeling dient plaats te hebben aan de hand van het bij deze gedragsregels behorende beoordelingsformulier, door de direkte (sectorhoofd, afdelingschef of coördinator) en indirekte (afdelingschef sectorhoofd of gemeentesecretaris) leidinggevende als eerste en tweede beoordelaar; in het geval van alleen een direkt leidinggevende door deze. De beoordeling omvat een periode van tenminste een halfjaar en ten hoogste twee jaren en geschiedt op initiatief van de beoordelaar(s) of op verzoek van de ambtenaar. 2.. Een beoordeling wordt opgemaakt in verband met een te nemen beslissing over: de beloning van de ambtenaar, met uitzondering van de situaties als genoemd onder C1 en D1; de inpassing van de ambtenaar in de bij zijn functie behorende uitloopschaal. 3.. De beoordeling geschiedt vanuit de gezichtspunten kennis, zelfstandigheid, leidinggeven, contacten, uitdrukkingsvaardigheid en werkresultaten. Indien de funktie zich niet of minder leent voor een beoordeling vanuit gezichtspunten, geschiedt de beoordeling vanuit functiebestanddelen (deeltaken). 4.. Ingeval van twee beoordelaars maakt de eerste beoordelaar een concept—beoordeling op en bespreekt deze in een afstemmingsgesprek met de tweede beoordelaar. Bij een eventueel verschil van mening is de opvatting van de tweede beoordelaar doorslaggevend. De concept-beoordeling wordt voorgelegd aan een personeelsfunctionaris die al dan niet aanleiding kan vinden de beoordelaar(s) nader van advies te dienen. De tweede beoordelaar (i.c. de afdelingschef of sektorhoofd/ hoofd stafafdeling, gemeentesecretaris) bespreekt de concept-beoordeling met de ambtenaar. Met toestemming van de ambtenaar of op diens verzoek kan voor een goed verloop van het beoordelingsgesprek een derde aan het gesprek deelnemen. De tweede beoordelaar (i.c. de afdelingschef of sektorhoofd/hoofd stafafdeling, gemeentesecretaris) stelt de concept-beoordeling bij wanneer het beoordelingsgesprek voor hem daartoe aanleiding geeft, gehoord de eerste beoordelaar. Indien hij met de ambtenaar over bepaalde punten geen overeenstemming heeft bereikt geeft hij deze punten aan op het formulier. 5.. De beoordelaars tekenen het beoordelingsformulier. De ambtenaar tekent het formulier voor gezien. Het beoordelingsvoorstel wordt via het sektorhoofd door de gemeentesecretaris ingediend bij B. en W.. Indien de gemeentesecretaris bedenkingen heeft dan wel wanneer er geen overeenstemming is bereikt over punten in de beoordeling vindt nader beraad plaats tussen hem, de beoordelaar(s), sektorhoofd, hoofd stafafdeling en de ambtenaar. De gemeentesekretaris beslist over geschilpunten en kan de beoordeling al dan niet wijzigen. 6.. De ambtenaar kan binnen veertien dagen na ontvangst van het beoordelingsvoorstel een gemotiveerd schriftelijk bezwaar tegen het voorstel indienen bij burgemeester en wethouders. 7.. Burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de ingediende bezwaren te beslissen, het advies in van een door hen ingestelde bezwarencommissie. De commissie bestaat uit: Een onafhankelijke deskundige, aan te wijzen door het Georganiseerd Overleg, geen ambtenaar in dienst van de gemeente zijnde. Een door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen onafhankelijk deskundige, geen lid van het gemeentebestuur en ook geen ambtenaar in dienst van de gemeente zijnde. Een door de leden onder 1 en 2 aangewezen persoon, deskundig op het gebied van de functiewaardering, tevens voorzitter. Voor ieder lid wordt op dezelfde wijze een plaatsvervangend lid aangewezen. Het secretariaat van de commissie berust bij het bureau personeelszaken. 8.. De vergaderingen van de bezwarencommissie zijn niet openbaar. De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen ter kennie is gekomen in verband met de behandeling van de bezwaren. De commissie kan nadere regels stellen met betrekking tot haar werkwijze. 9.. De bezwarencommissie brengt over de ingediende bezwaren advies uit aan B. en W.. Zij geeft daarbij aan of de beoordeling naar haar mening al dan niet gewijzigd dient te worden. 10.. De bezwarencommissie stelt de ambtenaar in de gelegenheid zijn bezwaren toe te lichten. Hij kan zich daartoe doen vertegenwoordigen of doen bijstaan door een vertrouwenspersoon. De beoordelaar wordt in de gelegenheid gesteld bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn, tenzij naar het oordeel van de commissie zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. De commissie hoort de beoordelaar(s) en is bevoegd andere daartoe in aanmerking komende funktionarissen te horen. De ambtenaren en zijn vertrouwenspersoon worden in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn. De commissie brengt binnen een maand haar advies uit. De ambtenaar en de beoordelaar(s) ontvangen een afschrift van het advies. 11.. B. en W. nemen binnen een maand een beslissing op de ingediende bezwaren, wijzigen zo nodig de beoordeling en stellen de beoordeling vast. B. en W.  doen binnen een maand een afschrift van hun beslissing en van de aangepaste beoordeling toekomen aan de gemeentesecretaris, sectorhoofd/hoofd stafafdeling de beoordelaar(s) en de ambtenaar. 12.. Indien de ambtenaar binnen de in artikel 6 genoemde termijn geen bezwaar tegen het beoordelingsvoorstel heeft ingediend, stellen B. en W. de beoordeling vast. 13.. De beoordelingsformulieren worden zodanig gearchiveerd dat de privacy van de ambtenaar is gewaarborgd. Maximaal mogen de laatste drie formulieren worden gearchiveerd. Bij overschrijding van dit aantal volgt vernietiging op basis van anciënniteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel