Een (vaste) standplaatsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:
op verzoek van de vergunninghouder;
bij overlijden van de vergunninghouder.
indien de vergunninghouder in strijd handelt met het bij of krachtens dit standplaatsenbeleid bepaalde.
indien als gevolg van infrastructurele-, herinrichtings- of reconstructiewerkzaamheden aan de openbare weg of de openbare ruimte geen gebruik meer kan worden gemaakt van de vergunning;
indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
indien de vergunninghouder drie aaneengesloten maanden geen gebruik maakt van de verleende vergunning, zonder toestemming van de gemeente;
indien de vergunninghouder de leges, precario en/of vergoeding voor stroomgebruik niet binnen de gestelde termijn voldoet.
Artikel 10.