Bij ziekte en vakantie van de vergunninghouder kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting uit artikel 8.
De periode van vervanging wegens ziekte van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes maanden, gerekend vanaf de eerste dag van afwezigheid. Indien de ziekte voortduurt zal na zes maanden de vergunninghouder worden aangemeld ter keuring bij de GGD Hollands Midden of het indicatieorgaan.
De periode van vervanging wegens vakantie van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes weken.
Indien een vergunninghouder zijn verkoopwagen aan een ander verkoopt, verhuurt of in bruikleen geeft, verschaft dat koper, huurder of gebruiker geen enkel recht op een vergunning voor deze standplaats.
Artikel 9.