Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1.1

Onnodig oponthoud

Onderdeel van Haven Afvalstoffen Plan 2016

Procedure 3 laat zien dat tijdens de inname van de inzamelaar wordt verlangd dat hij Scheepsafval en (restanten van) schadelijke stoffen inneemt zonder onnodig oponthoud en conform Marpol ‘73/’78. Onnodig oponthoud kan ontstaan als de tijd die nodig is voor afgifte van afvalstoffen langer is dan de normale verblijfstijd van het betreffende schip in de betreffende haven. Er kan nooit sprake zijn van onnodig oponthoud als de vertraging is veroorzaakt door het schip, de kapitein, de eigenaar of zijn vertegenwoordigers, veiligheidsmaatregelen of normale havenprocedures. Om te voorkomen dat onnodig oponthoud optreedt, moeten het schip, de overheid en de haven goed samenwerken. Deze samenwerking is in onderstaande tabel weergegeven. Schip Overheid Haven De kapitein of zijn vertegenwoordiger moet tijdig vooraanmelden (24 uur). Deze melding moet in ieder geval bevatten: ETA en verwachte tijd van afgifte. Dit laatste moet in overeenstemming zijn met de HOI. Verzekeren dat de formaliteiten (Douane, milieu, gezondheid) een vlot verloop niet belemmeren. Kosten mogen geen belemmering vormen voor het gebruik van de HOI. Moet in staat zijn scheepsafval en (restanten) van schadelijke stoffen te ontvangen die doorgaans in de haven worden behandeld. Benodigde capaciteit moet tijdig worden geleverd. Regelingen welke moeten worden getroffen om onnodig oponthoud te voorkomen worden afgesproken tussen schip en HOI. Tabel 3: Samenwerking ter voorkoming onnodig oponthoud De tijd die nodig is voor afgifte van afvalstoffen speelt geen formele rol bij onnodig oponthoud. Hoofdstuk 8 beschrijft hoe klachten kunnen worden gemeld

Rechtspraak bij dit artikel