1. De draagkrachtperiode is gelijk aan het kalenderjaar waarin de kosten opkomen.
2. Indien het inkomen gelijk is of lager ligt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet, wordt geen draagkracht uit inkomen aanwezig geacht. Het inkomen, voor zover dat meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt volledig als draagkracht uit inkomen in aanmerking genomen.
3. Het percentage genoemd in het tweede lid van dit artikel is inclusief vakantietoeslag.
4. Voor aanvragen van burgers waarvan de vakantietoeslag niet bekend is, wordt een vast percentage vakantietoeslag aangehouden, namelijk:
- voor klanten met inkomsten uit arbeid: 8% ;
- voor overige klanten (andere uitkeringen): 5% ;
5. Bij kosten van direct levensonderhoud beloopt de draagkracht honderd procent van het in aanmerking te nemen inkomen boven de bijstandsnorm, na toepassing van de kostendelersnorm.
6. Het vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt volledig in aanmerking genomen bij het bepalen van de draagkracht.
7. Het in aanmerking te nemen inkomen wordt vastgesteld volgens de regels van de Participatiewet.
8. Indien een aanvrager toegelaten is tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of als er sprake is van een minnelijk schuldhulptraject, geldt dat het college enkel de draagkracht kan berekenen over middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft. Dienovereenkomstig worden de in de voorgaande volzin bedoelde belanghebbe in beginsel geacht niet over draagkracht te beschikken.
9. Bij incidentele bijzondere bijstand wordt de volledige draagkracht in één keer verrekend met het recht op bijzondere bijstand.
10. Eventuele draagkracht wordt naar evenredigheid verrekend met het periodieke recht op bijstand.
11. De draagkracht kan gedurende de draagkrachtperiode worden gewijzigd bij een verandering in de financiële situatie van een belanghebbende. De draagkrachtperiode blijft daarbij samenvallen met het kalenderjaar waarin de kosten opkomen.