1. De bijzondere bijstand wordt verstrekt als een uitkering om niet, tenzij deze beleidsregel expliciet anders bepaalt.
2. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt in de gevallen die genoemd worden in artikel 48, tweede lid van de wet en indien het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen betreft als bedoeld in artikel 51 van de wet.
3. Geen recht op bijzondere bijstand bestaat als er sprake is van een voorliggende voorziening die gezien haar aard en doelstelling passend en toereikend kan worden geacht.
HOOFDSTUK 1
Artikel 4