1. Mogelijke vergoedingen in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning worden als voorliggende voorziening beschouwd.
2. De eigen bijdragen van de Wmo worden als uit bijzondere omstandig heden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan aangemerkt.
3. De bijstand wordt verleend voor de duur van de indicatie en na van na overlegging van nota’s.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7