1. De aanvrager die reiskosten voor bezoek van een ziek of in een instelling verblijvend familielid aanvraagt, komt voor een vergoeding in aanmerking wanneer:
a. Het familielid behoort tot het gezin van de bezoeker of een familielid in de eerste graad is, én;
b. Het familielid langer dan een week in een inrichting in de zin van artikel 1 sub f Participatiewet verblijft, én;
c. De reisafstand langer is dan 2 zones openbaar vervoer, én;
d. De bezoekfrequentie één keer per maand voor twee personen of twee keer per maand voor één persoon is.
2. De aanvrager die reiskosten voor een bezoek aan het IND loket aanvraagt, komt voor een vergoeding in aanmerking na overlegging van vervoersbewijzen (bij gebruikmaking van openbaar vervoer) en
het nieuwe vreemdelingendocument.
3. De hoogte van de bijstand wordt afgestemd op de goedkoopste vervoersmogelijkheid.