Naar hoofdinhoud
1. Begrippen die in deze beleidsregels worden genoemd en die tevens voorkomen in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht hebben dezelfde betekenis als in die wetten. 2. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. De wet: de Participatiewet; b. Aanvrager: degene die (algemene) bijstand aanvraagt; c. Het college: het college van Burgemeesters en wethouders van de gemeente Heerlen; d. Norm: de normen genoemd in de artikelen 20 t/m 24 van de Participatiewet e. Woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel k van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen, zoals bedoeld in onderdeel l van dat artikel; f. Woonkosten: 1°. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag, inclusief servicekosten zoals bedoeld in artikel 5, lid 3 van die wet. De servicekosten worden, voor zover deze zich voordoen, maximaal in aanmerking genomen tot de in artikel 5, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedragen; 2°. indien een eigen woning of woonwagen wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente, premie kapitaalverzekering (voor zover deze verband houdt met de eigen woning) en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, reserveringen voor onderhoud, onroerende zaakbelasting en verzekeringen; 3°. indien een huur-woonwagen wordt bewoond zonder eigen aandrijving, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag, inclusief het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel