Naar hoofdinhoud
1.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening gericht op verplaatsen en vervoer wordt uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in en rondom de woning en vervoer in de directe woon- en leefomgeving. 2. Er is sprake van een uitzondering op het eerste lid indien: het vervoer betreft naar door het college vastgestelde zogenaamde puntbestemmingen; het vervoer betreft naar een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de cliënt zelf bezocht kan worden en dit bezoek voor de cliënt noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. 3. Een ingezetene, die wegens zijn beperkingen of chronische problemen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of een andere voorliggende voorziening, zoals gebruik van eigen auto, kan in aanmerking komen voor Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). 4. Een ingezetene, zoals bedoeld in lid 3, kan, indien het CVV geen adequate oplossing biedt, in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van: een scootmobiel in bruikleen; een autoaanpassing als zorg in natura; een persoonsgebonden budget (pgb) 5. Een maatwerkvoorziening als bedoeld in het vierde lid onder b. wordt maximaal eenmaal per vijf jaar verstrekt en alleen als de auto jonger is dan zeven jaar. 6. Indien als gevolg van het verstrekken van een maatwerkvoorziening gericht op vervoer extra verzekeringskosten en hogere kosten in verband met de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze (meer)kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Rechtspraak bij dit artikel