Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 16

Ontstaan van de belastingplicht en de heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017 (reinigingsheffingen)

De rechten bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de rechten bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle etmalen overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar het feitelijk gebruik van een perceel beëindigt en direct aansluitend het feitelijk gebruik van een ander perceel, dat eveneens in de gemeente ligt, heeft. De rechten van hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden niet geheven indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder dan € 5,00 bedraagt. Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Rechtspraak bij dit artikel