Naar hoofdinhoud
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de op grond van hoofdstuk 5 van de tarieventabel bedoelde rechten worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na dagtekening van de aanslag. Belastingaanslagen op grond van hoofdstuk 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel bedoelde belasting, waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende heffingsjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijks termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde hoofdregel. Op het bepaalde in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en lid 1 van dit artikel, moet de belasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 15, tweede lid, schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en vierde lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel