In deze verordening wordt verstaan onder:
- - a. openbare plaatsL
een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 1 v/d Wet openbare manifestaties, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b.
- - b. weg:
weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
- - c. openbaar water:
wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
- - d. bebouwde kom:
het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994
- - e. rechthebbende:
degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
- - f. bouwwerk:
bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de gemeentelijke Bouwverordening;
- - g. gebouw:
gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;
- - h. handelsreclame:
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
- - i. bevoegd gezag:
bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
- - j. college:
het college van burgemeester en wethouders.