Voor het werkgebied van de faunabeheereenheid stelt de faunabeheereenheid één faunabeheerplan op.
Het faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur van ten hoogste 6 jaren.
De faunabeheereenheid kan het faunabeheerplan gedeeltelijk wijzigen gedurende het tijdvak waarvoor het is vastgesteld.
Een - gewijzigd - faunabeheerplan, als bedoeld in het eerste en derde lid, behoeft goedkeuring van Gedeputeerde Staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.12, zevende lid, van de wet.
Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de faunabeheereenheid de in het eerste lid genoemde geldigheidsduur van het faunabeheerplan eenmaal met maximaal 1 jaar verlengen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1