Het faunabeheerplan als bedoeld in artikel 3.2.1, omvat minimaal de volgende gegevens:
een topografische kaart waarop de begrenzing van het werkingsgebied van het faunabeheerplan is aangegeven;
kwantitatieve gegevens over de in het wild levende dieren, binnen de provincie Utrecht, waarop het faunabeheerplan van toepassing is over een periode van minimaal 6 jaar voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft, alsmede een beschrijving van de trend van deze soorten over deze periode, binnen de provincie Utrecht alsmede landelijk;
een beschrijving van de aanwezigheid van de betreffende diersoorten gedurende het jaar;
een beschrijving van passende en doeltreffende maatregelen welke kunnen worden ingezet om schade aan de in de wet genoemde belangen te voorkomen;
een beschrijving van de wijze waarop de planmatigheid en de coördinatie van de uitvoering van de maatregelen ter voorkoming van de schade als bedoeld onder d is gewaarborgd;
een overzicht per diersoort, onderverdeeld naar de verschillende wildbeheereenheden, van de op basis van de toepasselijke vrijstellingen, ontheffingen, opdrachten en bij de uitoefening van de jacht gedode dieren en geraapte en onklaar gemaakte eieren in de periode van minimaal 6 jaar voorafgaand aan de periode waarop het plan betrekking heeft;
een omschrijving van de wijze waarop geborgd wordt dat de te treffen maatregelen de gunstige staat van instandhouding van de soorten waarop het plan betrekking heeft niet negatief beïnvloeden; en
Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de in een faunabeheerplan op te nemen gegevens.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2