Naar hoofdinhoud
Een bosbouwkundig verantwoorde herbeplanting, als bedoeld in artikel 4.3, derde lid, van de wet voldoet in elk geval aan de volgende eisen: De oppervlakte van de herplant is tenminste even groot als de gevelde oppervlakte; Herplant vindt plaats door het aanplanten van voldoende vitaal plantmateriaal of door natuurlijke verjonging; De nieuwe houtopstand kan, gelet op de bodemkwaliteit en de waterhuishouding ter plaatse, uitgroeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand, gericht op houtproductie, natuur, landschap, cultuurhistorie of beleving; De nieuwe houtopstand kan binnen een periode van 5 jaar een kronendak met een bedekkingsgraad van tenminste 60 % vormen; De herplant kan op termijn tenminste gelijkwaardige ecologische en landschappelijke waarden vertegenwoordigen; Naast boomsoorten zijn alleen inheemse struiksoorten toegestaan, en Herplant binnen Natura 2000 gebieden vindt plaats op een wijze en met soorten die geen schade kunnen toebrengen aan de voor dit gebied geldende instandhoudingsdoelstellingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel